Change of Plans

Foto: de Saarschleife, gisteravond

Blessures? Doe ik niet aan. Spieren, pezen, gewrichten, alles werkt bij mij gewoon. Al jaren.

Tot nu. Mijn linkerknie heeft besloten dat het wel even mooi is geweest. Al op de eerste dag voelde ik een pijntje achter mijn knieschijf maar ik dacht, dat trekt wel weg. Deed het op zich ook, maar niet helemaal. En sinds gisteren doet het verrektes pijn.

Een “bikers knee”, een pijnlijke knie door overbelasting. Kan komen door een te laag zadel (maar die van mij staat hoog) of door te zwaar fietsen. En dat zou best eens kunnen: ik heb de neiging wel eens kleine heuvels op de macht op te stoempen. En omdat ik al een paar zeer vieze hellingen heb gehad (15% bij Klotten, gisteren 13% bij Metlach), zegt m’n knie nu ho. Buigen doet enorm zeer, zowel fietsen als bijvoorbeeld gewoon zitten. Kracht zetten is al helemaal een crime.

Ik was van plan om vandaag naar Neunkirchen te rijden, om daar de Gebläsehalle bij avondlicht op de foto te zetten. In plaats daarvan heb ik de trein genomen van Metlach naar Saarlouis, waar ik mijn tentje heb opgezet op een prima camping vlakbij de stad. Met Wi-Fi en een stopcontact. Ik denk dat ik hier maar even een dag of twee ga bivakkeren om mijn knie rust te geven. Mijn ereader en podcastverzameling houden me wel even bezig, en bovendien is er meer wandelen niks aan de hand dus ik kan zo de stad in.

Mocht het niet beter gaan met m’n knie dan gaan de bergen in Zwitserland en Oostenrijk natuurlijk niks worden. Misschien kan ik mijn fietstocht dan verleggen naar een wat vlakkere koers, anders wordt het terug treinen naar het vaderland. We gaan het zien.

Morgen heb ik in ieder geval wel genoeg tijd om ook een update te geven van de reis tot dusver.


Fiets klaar, rijden maar!

Het kriebelde weer een beetje. Dus dan doe je maar weer een keertje wat je niet laten kunt: een lange fietstocht maken.

Mijn periode als interim online manager bij NPO Radio 4 zit erop, en met mijn resterende vakantiedagen kon ik er mooi een paar weken tussenuit. Ik had van het voorjaar al half-half zitten kijken naar een lange fietstocht omdat mijn klus mogelijk deze zomer ten einde zou komen, maar na een verlenging had ik plots drie maanden langer om een tocht voor te bereiden. Dus wat doe je dan in al je ongeremdheid: juist, je plakt er nog een paar weken aan vast. Tot je uitkomt op een plaatje als dit:

Heuveltjes


Heuvels. Ja. Die zitten erin. Sterker nog, het zijn er redelijk wat, met de Stelvio, de Galibier en de Mont Ventoux als beoogde hoogtepunten (Beoogtepunten? Dat woord van het jaar is alvast in the pocket). Of ik het red weet ik niet, maar ik moet toch wel een beetje revange nemen op mijn teleurstelling bij de Splugenpas in 2013.

No Camino


Nou hoor ik een paar mensen denken: ging jij niet de Camino de Santiago lopen? Wel, ehmm, ja. Dat was het plan. Maar toen ik ging oefenen dachten mijn grote tenen allebei “ja doei”. En de dag erop waren ze blauw. Nagels-gaan-eraf-blauw, maar ik zal de details besparen. Te kleine schoenen, te dikke sokken, whatever, echt lange afstanden lopen is even geen optie meer.

Gelukkig heb ik er op de fiets geen last van. Waar ik misschien wel last van ga hebben is dat het het naseizoen is. De campings zijn leger, het aantal mensen dat je tegenkomt onderweg is minder. Aan de andere kant, in 2013 vertrok ik eind september naar Rome, en ik ben in drie weken eerder op pad. Dat scheelt hopelijk in het aanspraak onderweg.

Piets weerbericht


Het weer ziet er voorlopig gunstig uit. In de Elzas – voorafgaand aan de Alpen het gebied waar ik weer het meest naar uitkijk – wordt eind deze week bijna dertig graden voorspeld. Ik verheug me nu alvast op de terrasjes en de heerlijke Pino Grieg.

Vooralsnog eerst maar even het land uit zien te komen. Een beetje veluwe, een beetje Arnhem en Nijmegen (Ik krijg prompt weer Breng-visioenen uit mijn Connexxion-tijd) en daarna richting Keulen en Bonn.

Toch geen statief


Ik had me er nou zo op verheugd: mijn statief mee op de fiets. Maar helaas, ik moest ruim een kilo schrappen om onder het maximum van mijn bagagedrager te komen (18kg) en dus is ie gesneuveld in de strijd om de grammen. Wel heb ik een Gorillapod mee (een ministatiefje). Die was oorspronkelijk bedoeld als actioncamstatiefje maar nu moet ook mijn camera het er maar mee doen. Anyway, ik heb toch geen tijd om hele dagen timelapses te maken dus ik kom er wel overheen.


2016: Schotland

Ahh… Schotland. Land van whiskey, Rose Leslie en de Highlands. Ik wilde ze eigenlijk alledrie meemaken maar eentje was te duur en een ander smaakte niet lekker dus uiteindelijk heb ik het bij de Highlands gehouden.

Etive en Glencoe


In de eerste dagen van mei 2016 waren er nog genoeg winterse toestanden in Schotland te vinden. Tijd dus om een paar dagen warm te draaien met een tocht van zo’n 30 kilometer door de schitterende valleien van Glen Etive en Glencoe. Als het goed genoeg is voor James, is het goed genoeg voor mij.

M: “Dit weer is niet goed voor m’n aambeien.” James: “Tell me about it.”

De bergen in dit gebied – of bergjes, eigenlijk – pieken maar net aan boven de 1000 meter, maar zijn nog bedekt onder een dunne laag sneeuw. Binnen een week zou dat helemaal wegsmelten.

De Harrypottertrein


Google je op afbeeldingen van Schotland, dan zie je twee zaken terugkomen: heul veul foto’s van de Isle of Skye, en heul veul foto’s van de Hogwarts Espress, de trein uit Harry Potter die over een antiek viaduct door het toverachtige landschap tuft.

Nou kan die hele Harry Potter me sinds het tijdperk-Balkenende gestolen worden, maar die trein is wel een verrektes mooi ding. En het aardige is: het bestaat allemaal echt. Het viaduct uit de film ligt bij het gehucht Glenfinnan (iets ten westen van Fort William) en de stoomtrein heet in werkelijkheid The Jacobite en is in de zomermaanden een heuse tourist trap.

Op weg van Glencoe naar The Isle of Skye kom je langs Fort William (“The Outdoor capital of the UK”) en Glenfinnan ligt zo’n 20 kilometer ten westen daarvan. En nou wilde het mooie dat The Jacobite die dag rond 13:35 over het viaduct zou rijden. Ik had het keurig uitgezocht en stond om 12:00 al klaar met mijn statief en camera tot Het Moment.

Het was rustig om me heen en ik dacht, het is nog geen touristenseizoen natuurlijk, al die andere fotografen en kiekjesmakers zullen hier in juli wel rijen dik staat, niet in mei. Dus ik bleef geduldig wachten. Het werd 13:00. 13:20. 13:30. Daar komt ie, denk ik. 13:40. Nog geen trein. Maar goed, ieder land zijn eigen NS, niks aan de hand. 13:50. Ik begin toch te twijfelen. Pak de folder erbij. Nope, echt 13:35, dat was de tijd.

Eindelijk, tegen de klok van twee, hoor ik iets aankomen. Ik staar in de verte. Geen trein. Maar ik hoor wel een trein? Hoe kan… en ja hoor. Komt die kut van de verkeerde kant.

En geen stoomtrein natuurlijk, maar gewoon een suffe diesel. Ik realiseer me meteen dat tot aan Mallaig het een enkelspoors traject is, dus die stoomtrein gaat echt niet meer komen. Terwijl ik bedremmeld naar de trein kijk, zwaait de machinist en laat ie een toeter los. Da’s dan toch aardig, denk ik.

Terwijl ik nog een keer vol vertwijfeling de folder erbij pak, begint opeens iets te dagen. Het zal toch niet? Ik pak mijn telefoon erbij en verdomd dat het niet waar is. Het is geen vrijdag. Het is zaterdag. En de weekendtrein rijdt pas vanaf volgende week. Lekker bezig, pik.

Isle of Skye


De Skye Trail is een heuvelachtige wandelroute over het gehele Isle of Skye. De “officiële” route bestaat uit 7 etappes die van noord naar zuid lopen, waarbij de tweede etappe je 28 kilometer over de weergaloos mooie Trotternish Ridge loodst. Dat wil zeggen, als je elke avond in een hostel wilt overnachten. Met een eigen tentje op je rug is er echter niets dat je ervan weerhoudt de etappes anders in te delen.

Van het wereldberoemde Schotse hondenweer was weinig te merken. Sterker nog, het was een van de mooiste meiweken in de geschiedenis, met temperaturen boven de 27 graden.

Wie daar overigens geen moer van aantrekt, is de bodem. Het is zompig in Schotland, en de Isle of Skye is daar geen uitzondering op. Ondanks flinke droogte zakken m’n schoenen regelmatig weg in de moerassige ondergrond. Het is vrij lastig lopen en ik ervaar het als een van de grootste verschillen met Noorwegen.

Met mijn tentje wildkamperen onderaan The Old Man of Storr

Trotternish Ridge


Veruit het mooiste deel van de Skye Trail is de voettocht over de Trotternish Ridge. De meeste touristen gaan met de auto naar The Old Man of Storr en rijden vervolgens nog even een stukje verder naar de Quiraing. Daartussen ligt echter geweldig mooie bergrichel van ao’n 20 kilometer met uitzichten die rechtstreeks uit Jurassic Parc lijken te komen: de Trotternish Ridge.


2014: Fietsreis naar Pamplona

25 vakantiedagen en 17 atv-dagen: in de openbaar vervoer-sector is het hard aanpoten, maar die stakende buschauffeurs hebben toch een behoorlijk potje vrije dagen bij elkaar weten te staken. Ruim 8 weken vrij op jaarbasis, en nog geen Netflix om te bingen, dus dan moet je toch weer de hort op.

Madrid was dit keer de eindbestemming, via een route die me over het Centraal Massif en langs een deel van de Jacobsroute zou leiden. Delen van de route nam ik over van fietsroute Langs Oude Wegen.

I am text block. Click edit button to change this text. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.


Keerpunt Splügenpas

Wil je naar Rome fietsen, dan kom je via Google steevast twee namen tegen: Paul Benjaminse en Hans Reitsma. Beiden hebben een prachtige, eigen fietsroute uitgebracht van Nederland naar Rome. Keurige routeboekjes met mooie beschrijvingen.

Nou snappen ze beiden dat er te weinig langeafstandfietsers zijn om twee gidsen rendabel in de markt te zetten. En allebei vinden ze stiekem dat de ander hem na-aapt. Dus Benjaminse wordt tamelijk moe van Reitsma en Reitsma vindt het wel een beetje gezegend met die hele Benjaminse. Het is aandoenlijk trammelant in wereldfietserland.

De tocht van Reitsma is mooi maar heeft een nadeel: hij gaat de Alpen over via een ouwewijvenheuveltje. Ja kom zeg. Mooi niet dat ik helemaal naar Rome ging fietsen om via een veredelde verkeersdrempel over de Alpen te komen! Die andere routeschrijver had tenminste een route met borsthaar. Eentje die die je onder meer leidde langs Luxemburg en door de Elzas. Die via de Bodensee de Rijn stroomopwaarts volgt, langs Liechtenstein, naar die ene grote pas over de Alpen: de Splügenpas. 2115 meter hoog, tot de nok toe gevuld met haarspeldbochten en een van de mooiste passen die je als fietser schijnt te kunnen berijden. Dus de keuze was gemaakt: ik ging met de route van Benjaminse naar Rome.

Rampdag at the Rheinfall


Op weg naar de Bodensee wordt ik tijdens een klein klimmetje bijgehaald door een mountainbiker. Een vent van een jaar of 45, die me geïnteresseerd het hemd van het lijf begint te vragen. Waar kom ik vandaan, waar ga ik heen, waar ben ik net geweest? Ik leg hem in mijn beste Duits uit – en mijn beste Duits is niet best – dat ik naar Rome aan het fietsen ben, en dat ik die dag wilde eindigen in de buurt van St. Gallen. De volgende dag naar Thusis en dan de dag erop de Splügenpas over, net voordat de eerste winterdag zou aantreden.

De fietser heet Manuel en kijkt me bevreemd aan. St. Gallen? En de Rheinfall dan? Ik heb geen idee waar hij het over heeft maar Manuel legt me uit dat het een enorme waterval is in de Rijn bij Schaffhausen. Ik fronste. Een waterval? In de Rijn? Onze Rijn? Die grote? En daar een enorme waterval in? Ik begon nieuwsgierig te worden en Manuel bleef me overhalen.

Hij leek me okee en ik dacht, ach wat, het is iets van 30 kilometer om, dat overleef ik wel. En eerlijk is eerlijk, Manuel had niks te weinig gezegd: het was een waterval en niet zo’n kleintje ook. Over de volle breedte van de rivier bulderde het water met donderend geraas naar beneden.

Rheinfall bij Schaffhausen

Zwaartekracht


Wat bij de Rheinfall helaas ook naar beneden stortte, was mijn telefoon. Ik had hem niet goed in de borstzak van mijn jas gestopt en prompt kletterde het ding op straat. Scherm stuk. Hij ging nog wel aan, ik hoorde nog geluidjes, maar geen beeld.

Crap, dacht ik. Los van m’n telefoon, wat een dure reparatie zou worden of een nieuwe telefoon, kwam mijn schema meteen in de knel. Vrijdag, over twee dagen, zou het weer omslaan, met temperaturen rond het vriespunt aan de voet van de pas een een hoop sneeuw en ijzel. Maar ik kon ook niet zonder telefoon fietsen. Noodgedwongen reed ik het centrum van Schaffhausen in op zoek naar een oplossing. Een hoop gedoe en een flinke deuk in mijn portemonnee verder (Zwitserland is peperduur) mocht ik vervogens eerst nog mijn telefoon installeren. En dingen overnemen uit mijn oude telefoon ging moeizaam want – inderdaad – het scherm was kapot.

Ik kwam die dag niet verder dan Stein am Rhein, nog 30 kilometer verwijderd van Bodensee. Tot overmaat van ramp was ook mijn gastankje op. Ik had een brandertje van Celesta geleend, een goede vriendin, en die werkte op tankjes met een schroefdop. Maar die waren in Zwitserland nauwelijks te krijgen.

Ik zag het allemaal niet meer zitten. Het was nog zeker 230 Van hier tot aan de pas was het nog 230 kilometer fietsen. In twee dagen, alleen maar bergop, terwijl ik nog god knows where een gastankje moest zien te vinden, het was een onmogelijke taak. Ik wist dat er een trein ging vanuit Thusis, de Alpen over, dus naar Rome kon ik wel komen. Maar ik leefde al maanden toe naar die Splugenpas meemaken.

Rijnbrug bij Diessenhofen

Kan het dan toch?


De volgende dag zat ik rond een uur of negen op de fiets. Ik zou wel zien waar ik zou eindigen. Celesta had zich mijn lot aangetrokken en was vanuit Nederland op zoek naar mogelijke plekjes voor mijn gastankje. Maar helaas, de winkels die we probeerden hadden geen gastankje met schroefdop. Er was nog 1 optie: een grote outdoorzaak in Chur. En Chur lag op de route.

Ondanks dat ik de avond ervoor niet echt uitgebreid ha gegeten – ik kon immers niet koken – ging het fietsen best aardig. Langs de Bodensee is het, logischerwijs, lekker vlak fietsen. Tegen een uur of 14:00 had ik er 80 kilometer op zitten en liet ik de Bodensee achter mij. Nu fietste ik langs de Rijn naar het zuiden, langs Liechtenstein de bergen in.

Naast een rivier is het ook lekker vlak fietsen en langzaam maar zeker begon er bij mij wat te hoop om de hoek piepen. Zou het wellicht toch kunnen? De pas over voordat het weer omsloeg? Chur was immers op de route dus voor dat gastankje hoefde ik niet ver om te rijden. Ik besloot stevig door te gaan trappen. Het was al in oktober, het werd vroeg donker, maar qua verlichting had ik alles bij me.

Celesta liet weten dat de Outdoorwinkel tot 8 uur open was. Dat moest haalbaar zijn. Ik belde een camping en zij gaven aan dat ik tot 22:00 nog kon inchecken. Dat was te doen. In inderdaad: om half tien reed ik, mét gastankje en boodschappen, de camping op. 180 kilometer in de benen met volle bepakking, maar ik zat vol energie: de Slugenpas zat er alsnog in!

Tegen de tijd dat ik sliep was het na twaalf uur. Ik had in het pikkedonker gekookt, m’n kleren gewassen, m’n tent opgezet en de route voor morgen uitgezocht.

Pap


In mijn oorspronkelijke planning had ik in Thusis willen eindigen op de dag voor de beklimming van de pas. Van daaruit is het nog zo’n 35 kilometer tot de top. Chur is echter nog 25 kilometer verwijderd van Thusis.

De volgende ochtend gaat het eerste stuk tot aan Thusis nog wel. Het is nog relatief vlak. Maar zodra het serieuzer omhoog gaat slaat de vermoeidheid hard toe. Mijn benen zijn van pap vandaag en ik moet mezelf echt omhoog harken. Ik heb al de grootst mogelijke moeite met hellingen van 7 procent. Het gaat met een slakkengangetje en wetende dat het laatste stuk van de pas 9 a 10 procent stijging heeft, begin ik ‘m te knijpen.

Het is zwaar en ik zwoeg en ik ploeter. De Via Mala, de beroemde stenen brug waarmij mijn weg een enorme kloof overbrugt, kan ma nauwelijks oppeppen. Ik pauzeer maar begin steeds meer tegen de klok te vechten. Wat gaat dit langzaam

Aan de voet van de pas


Drie uur later dan gepland sta ik in Splügen, het dorpje aan de voet van de pas. Ik heb maar 50 kilometer in de benen maar m’n lichaam is helemaal op. Ik kijk op mijn horloge.  16:00 uur. In de verte zou de Splügenpas moeten liggen: 650 meter hoger en een kleine 9 kilometer fietsen. Dat zou me nog twee uur kosten, schat ik in. Dat betekent dat ik op zes uur boven zou zijn.

Van daaruit is het nog 30 kilometer afdalen naar Chiavenna. Daarvan zou ik een deel na zonsondergang moeten afleggen. Nou is afdalen is geweldig maar het heeft zijn gevaren. Eén gat in de weg en je velg is geschiedenis. Eén steentje in een bocht en gaat over de vangrail. Afdalen in het donker is dus niet het meest handige wat je als sterveling kunt doen, maar met langzaam rijden kun je de risico’s nog wel beperken.

Verder zou die avond het koufront aankomen. Wind, sneeuw en temperaturen ver onder nul werden voorspeld die nacht. Ik begon ook daar mijn bedenkingen te krijgen. Stel dat mijn fiets panne krijgt, hoog op de berg. Of – afkloppen – stel dat er met mij iets gebeurt. Dan zit ik vast op een berg waar winterweer aankomt waar ik niet op ben gekleed. Waarbij nauwelijks tot geen verkeer zal zijn omdat elke auto verderop de San Bernardinopas neemt. Waarbij ik niet weet of ik een geschikte plek kan vinden voor mijn tent – schuine berghellingen hebben namelijk de irritante eigenschap dat ze schuin zijn.

Dit is jouw droom, kerel


Maar ja… tegelijkertijd is het zo dichtbij. De bergpas waar ik maanden naar toe heb gedroomd. Een paar kilometer en je bent er. Wat kan er nou écht gebeuren? Dit is jouw reis, kerel. Fuck die moeie benen, fuck dat afzien. Morgen een tweede poging is geen optie met het winterweer dat wordt voorspeld. Je bent nu op een steenworp afstand van je doel. Je hebt 1500 kilometer gefietst tot aan dit punt. Laat je het dan op 9 kilometer aankomen? Even reëel. Hoe groot is nou werkelijk de kans dat je panne krijgt? Hoe waarschijnlijk is het nou écht dat je vast komt te zitten? Laat je niet regeren door angst. Follow your dream.

Ik twijfel minutenlang. En dan neem ik een besluit. De kans dat ik vast kom te zitten is zeer klein. Maar als het gebeurt, zijn de gevolgen groot. Het weer is te gevaarlijk en ik kan niet – ik mag niet – mijn leven in de waagschaal zetten om mijn droom na te jagen.

Met tranen in mijn ogen draai ik om. Met een paar laatste blikken op de pas daal ik af naar Thusis.

Trots


Tijdens de afdaling baal ik, maar er komt ook een sort gevoel van trots over mij. Ik heb dan misschien niet de berg overwonnen, maar wel mijn eigen koppigheid. En mijn eigen bewijsdrang. Al te vaak heb ik me daardoor laten voeren op een pad dat uiteindelijk niet de meest verstandige blek. Als ondernemer ben ik wel eens op een berg vast komen te zitten omdat ik per se de top wilde halen. Zeker als ik er al heel veel energie in heb gestoken kan ik mateloos eigenwijs zijn. Dat ik nu over mijn eigen bewijsdrang heen kan stappen, voelt als een overwinning.

Terwijl ik m’n gedachten hierover laat gaan , voor zover dat kan tijdens een afdaling met snelheden boven de 50 kilometer per uur, rij ik lek. Mijn remblokje bleek te zijn verschoven en was finaal door de buitenband heen gesleten. Dat was nog wat geweest, bergop of in het donker. Voor zover ik niet al overtuigd was van mijn beslissing, was ik dat nu.